S2 E11: Waarom een boekentas maken zo moeilijk is...

image

Vul hier je gegevens in en ontvang de download bij deze podcast.

*Door je gegevens in te vullen zal je onze nieuwsbrief ontvangen. Je kan op elk moment uitschrijven.

Liever lezen dan luisteren? Dat kan je hier! 

Voor jou zetten we de belangrijkste aspecten op een rijtje, in deze blog.

Ben je leerkracht, ouder, therapeut of werk je vaak met kinderen? 

Dan heb je vast en zeker al gemerkt dat de simpele taak om ‘je boekentas te maken’, vaak écht een uitdaging is. 

Maar hoe komt dat nu eigenlijk?

En wat kunnen we eraan doen? 

Voor we dieper ingaan op de theoretische achtergrond, gingen e eerst even terug naar onze eigen kindertijd. 

Was onze boekentas altijd in orde?

En welke factoren, waar hiervoor bepalend bij ons? 

Door met elkaar in gesprek te gaan en te vertellen over hoe dat nu juist liep bij ons, merkten we dat we een aantal aspecten gemeenschappelijk hadden. 

Beiden hebben we heel wat vaardigheden en manieren om in orde te zijn en een boekentas te maken, overgenomen van onze ouders, broer of zussen. We hadden een duidelijk voorbeeld, dat er voor zorgde dat we konden oefenen om beter te worden in deze vaardigheid. In vaktermen wordt dit ook wel eens modelling genoemd.  Wanneer we het over modelling hebben, hebben we het natuurlijk ook over spiegelneuronen. Onze spiegelneuronen zorgen ervoor dat we ontzettend veel kunnen leren, door alleen al te observeren. De stap om daarna ook te gaan imiteren, wordt vanzelf ook een heel stuk kleiner. 

Daarnaast werd er een heel duidelijke structuur geboden, waarin ouders  dagelijks tijd namen om deze vaardigheden mee aan te leren en te sturen. Onze ouders gaven aanvankelijk heel veel begeleiding, om deze vaardigheid onder de knie te krijgen. 

Voor ons was het duidelijk dat de factoren, modelling en sturing van buitenaf, cruciaal waren geweest.  Ze hadden de basis gelegd, waarop wij konden verder bouwen en succeservaringen konden opdoen.

Het onderwijs van toen is uiteraard niet meer te vergelijken met het onderwijs van nu. 

In deze reeks van de blog, leggen we de focus op al die prachtige kinderen, die in deze tijd geboren zijn. Die een heel andere doelgroep zijn dan pakweg tien of twintig jaar geleden.  Rekening houdend met een maatschappij die ontzettend snel verandert. Waarin we heel wat uitdagingen ervaren en we ook voelen dat het onderwijs mag meebewegen. 

En als we dan gaan kijken naar de veranderingen van onze kindertijd ten opzichte van de huidige situatie, zijn dat er heel wat! Zowel in de thuissituatie als in het onderwijs. 

Gelukkig maar!

Zo hangt er in een elke klas een smartboard en wordt er veel met filmpjes en beeldmateriaal gewerkt, om kinderen te prikkelen. Superfijn, maar hierdoor merken we ook een verschuiving in de informatieverwerking. Alles is veel sneller en vluchtiger geworden. Een vast bordgedeelte, waar we de hele dag naar kunnen kijken met de daglijn of de volledige agenda op, is bijvoorbeeld iets wat wij wel missen. Uiteraard spelen heel veel leerkrachten hier creatief op in, om dit op te vangen. 

De andere manier van informatieverwerking en de vluchtigheid in onze huidige maatschappij, zorgen ervoor dat het van belang wordt om te leren surfen op de grote golf van informatie en verleidingen. Omdat te kunnen, zijn er een heel aantal essentiële vaardigheden noodzakelijk. Die vaardigheden worden met een overkoepelende term, de executieve vaardigheden of executieve functies genoemd. We hebben deze vaardigheden nodig om onze aandacht te leren richten, om prikkels te leren beperken en aan de verleidingen te leren weerstaan.  En dus ook, om onze boekentas te maken!

Executieve functies zijn vanaf de geboorte tot de leeftijd van 25 jaar in ontwikkeling. Gedurende de hele schoolloopbaan zijn ze dus nog onderontwikkeld. Je krijgt een basispakketje mee bij de geboorte, maar de manier waarop ze verder ontwikkelen wordt voornamelijk bepaald door de omgeving waarin we opgroeien. 

Vaak gaan we er vanuit dat kinderen een taak of vaardigheid, vanaf een bepaalde leeftijd zelf zouden moeten kunnen. Helaas zit het net iets anders in elkaar. Executieve functies die op punt staan en goed samenwerken, zorgen voor zelfsturing. Maar ze komt nooit uit zichzelf tot stand. Het is dus aan ons, hun omgeving (ouders, leerkrachten, therapeuten,…) om te gaan onderzoeken wat ze nodig hebben, om deze vaardigheden verder te laten ontwikkelen. 

Ondersteuning bieden op maat, is de cruciaal om te komen tot zelfsturing en succes. 

Zowel op korte termijn (zoals inorde zijn, goede schoolresultaten, fijne vriendschappen,…) als op lange termijn (zelfstandig wonen, zelfstandig werken, een gezin hebben ,…). 

Executieve functies trainen, vergt inspanning en doorzettingsvermogen, maar loont dus echt wel de moeite. Hoe meer er proactief wordt op ingezet, ruimte en tijd voor wordt uitgetrokken en leerkansen worden geboden, hoe sneller en beter ze ontwikkelen. 

Welke executieve functies zijn er nu precies nodig om zo’n simpele taak, als een boekentas inladen, tot een goed einde te brengen? 

Wel, eerlijk gezegd, hebben we ALLE deelvaardigheden nodig: aandacht, impulscontrole, werkgeheugen, planningen en organisatie, tijdsbesef, emotieregulatie, metacognitie,…

Daarnaast moeten ze niet alleen allemaal goed ontwikkeld zijn, ze moeten ook nog eens goed kunnen samenwerken om de opdracht tot een goed einde te brengen. 

Alle onderdelen één voor één even onder de loep nemen, zou ons te veel tijd kosten. Daarvoor nodigen we je graag uit op de themadag over executieve functies, die we met Teach More organiseren. 

We pikken er wel graag enkele uit, om te kijken hoe deze gelinkt zijn aan het maken van de boekentas. 

Als eerste hebben we graag even over aandacht. Aandacht is een basisvoorwaarde om eender welke activiteit of opdracht tot een goed einde te kunnen brengen. 

Kort door de bocht, zonder aandacht lukt er niets. 

Een boekentas laten maken wanneer de bel als gegaan is, werkt dus niet. Hun aandacht zit op dat moment bij ‘zo snel mogelijk naar huis gaan’ en niet meer bij ‘op een goede manier mijn boekentas maken’.  Effectief tijd en ruimte voorzien om een boekentas te maken, is dus echt belangrijk!

Vervolgens staan we graag ook even stil bij het begrip ‘impulscontrole’.  Dit wil zeggen dat je de verleiding kan weerstaan, om op elke prikkel (van binnenuit of buitenaf) in te gaan, alvorens je jouw opdracht hebt afgerond.

Laten we het in een voorbeeldje gieten:

Stel je zoon is zijn brooddoos en koekendoosjes aan inladen en komt opeens nog een tekening van school tegen in zijn boekentas. Hij wil die wegleggen, maar komt onderweg zijn favoriete Legopopje tegen. Hij neemt het Legopopje en begint ermee te spelen. De tekening laat hij liggen en zijn drinkenbus is hij vergeten…

Naast aandacht en impulscontrole is ook de vaardigheid tijdsbesef cruciaal. Enerzijds om te weten hoeveel tijd het vergt, zodat hij tijdig zijn boekentas kan inladen. Anderzijds omdat het belangrijk is om te weten welke dag het is, om de nodige materialen voor die dag bij te hebben. Denk aan een zwemzak op donderdag en de turnzak op maandag. 

Als laatste willen we het graag nog even  hebben over emotieregulatie. Dit is de vaardigheid om de emoties die je ervaart en beleeft, te reguleren en erop een gepaste manier mee om te gaan. In hun schooltijd worden kinderen vaak nog overspoeld door hun emoties. Een ruzie met een vriendje, de juf die net boos is geworden, .. het heeft allemaal invloed op de manier waarop hun executieve functies werken. 

Ook emotieregulatie speelt dus een belangrijke rol bij het maken van de boekentas. 

Heel belangrijk om te onthouden is, dat kinderen niet expres niet in orde zijn. Toch zeker niet op jongere leeftijd. In de kern wil elk kind het graag goed doen. Niemand vindt het fijn om elke dag opnieuw te horen dat ze weer iets vergeten zijn, niet in orde zijn of iets niet goed gedaan hebben,…

Wel is het zo dat kinderen zich heel snel copingmechanismen (manieren om met een bepaalde situatie om te gaan en zichzelf te beschermen) eigen maken. 

Ze doen dus vaak alsof het niets kan schelen dat ze niet in orde zijn, om zichzelf te beschermen tegen het constante gevoel van falen…

 

“Wij doen niet moeilijk, wij hebben het moeilijk!”, is een slogan die wij bij Teach More vaak gebruiken om te duiden dat kinderen nog volop in ontwikkeling zijn en hulp kunnen gebruiken in plaats van ‘harde’ taal of rode strepen of nota’s in de agenda. 

 

Om nog beter te weten hoe je als leerkracht, ouders of therapeut dan wel kan ondersteunen, nemen we graag even mee in de vier verschillende fasen die we doorlopen binnen de ontwikkeling van de executieve functies. We werken van externe sturing van buitenaf naar zelfsturing van binnenuit. 

De eerste fase is die van instructie.  Als leerkracht, ouder en begeleider van kinderen gaan we aanvankelijk vooral overnemen en aanleren. Denk hierbij aan het beeld van een stewardess. Die met hand en tand uitlegt wat er verwacht wordt en op welke manier. Je kan hier niet te veel in investeren. Je mag hier dus zeker voldoende tijd en ruimte voor uittrekken.

In een tweede fase, gaan we ons focussen op supervisie. Zoals we eerder al aanhaalden is het belangrijk dat er een bepaalde structuur wordt geschept, waarin tijd en ruimte wordt voorzien om rustig te boekentas te kunnen inladen (en dus niet ‘snel-snel’ bij het belsignaal). Ga tijdens deze fase strategisch in de klas staan,  vertel, kijk mee, controleer, werk met een buddy-systeem…

Als dit goed loopt kan je overgaan naar de derde fase, waarin we werken met aanmoedigingen en geheugensteuntjes. In deze fase  past ook de boekentaskaart, die we als download bij deze blog voegen.  We hebben de vaardigheid van boekentas uitvoerig aangeleerd, maar omdat  er nog wel eens dingen vergeten worden, kan een reminder in de vorm van een boekentaskaart, soelaas brengen. Let wel op, ook hier gaan we eerst aanleren hoe je met zo’n boekentas kan werken en gaan we hen er ook nog aan moeten herinneren dat ze deze moeten gebruiken. 

In de vierde en laatste fase merken we dat ze zelfstandig reminders kunnen gebruiken. Ze kunnen zelfs vereenvoudigd of helemaal weggelaten worden. Dit is de fase waarin kinderen en jongeren tot zelfsturing komen. 

Het doorlopen van deze vier fasen verloopt voor iedereen op een ander tempo. Inspelen op specifieke noden is dus cruciaal, want zelfsturing wordt nooit helemaal zelf geleerd.  Groeien in zelfsturing vraagt aandacht, herhaling en inspanning. Blijven volhouden dus!

We wensen jullie veel succes met het toepassen van de tips en maak zeker ook gebruik van de handige download! 

 

Tot de volgende keer met een nieuwe prangende vraag!

PS Blijf jij al op de hoogte van onze laatste nieuwtjes via Facebook en Instagram