• +32 474 82 34 35

13 nov

In dit tweede seizoen nemen wij jullie mee in de dagelijkse uitdagingen van kinderen en hun begeleiders. 

We komen terug bij de fundamenten die nodig zijn om verder te ontwikkelen, om vaardigheden uit te bouwen en met gemak te functioneren in het dagelijks leven. 

In dit tweede seizoen nemen we elke aflevering één prangende vraag uit het onderwijsveld onder de loep. Samen met jullie gaan we terug naar de kern en inspireren we jullie met praktische en concrete tips. 

In deze aflevering: ‘Waarom zwemmen zo moeilijk is?’

Vind je het fijner om te luisteren in plaats van te lezen? 

Goed nieuws! Vanaf nu kan je onze podcast ‘Teach More- De onderwijspodcast’,  via jouw favoriete platform beluisteren!

  • Toch liever lezen? 

 

Voor jou zetten we de belangrijkste aspecten op een rijtje, in deze blog.

 

Deze vraag lijkt op het eerste zicht misschien niet echt thuis te horen in dit seizoen van prangende onderwijsvragen, maar lees even verder en je begrijpt vanzelf waarom deze vraag hier absoluut op zijn plek is.

 

Voor we effectief verder gaan met de vraag zelf, willen we wat extra nuancering geven, bij het thema van deze blog. We willen het namelijk niet alleen hebben over het zwemmen zelf, maar wel het hele gebeuren er rond (voor-tijdens-na) en de impact die het heeft op de leerlingen, maar ook op de leerkrachten. 

 

Laten we beginnen bij het zwemmen zelf. We hebben de doelstellingen en eindtermen (van het katholieke onderwijs, maar eigenlijk zouden de grote krijtlijnen overal hetzelfde moeten zijn) voor zwemmen erbij genomen, om vanuit dat perspectief te starten. 

 

In de richtlijnen voor het kleuteronderwijs, is er niets specifiek terug te vinden over ‘beweging in het water’. Wel staat er duidelijk vermeld dat het bevorderlijk is, om al op jonge leeftijd met watergewenning te starten. Het wordt dus aangeraden, maar niet verplicht. 

 

Bij de richtlijnen voor het lager onderwijs, vinden we twee grote pijlers terug:

 

  1. Leerlingen kunnen ongeremd en spelend bewegen in het water. 
  2. Leerlingen voelen zich veilig in het water en kunnen zwemmen.

 

Deze richtlijnen vinden wij ontzettend waardevol! Het belang van veiligheid, van ongeremdheid, van plezier en van kunnen zwemmen, dat mag voorop staan in een zwemles. Er wordt niets gezegd over een bepaald aantal meters kunnen zwemmen of binnen een bepaalde tijd kunnen zwemmen. Hiermee willen we niet zeggen dat dit niet mag.

Dat vertrouwen en plezier voorop mag staan, vinden we heerlijk om te horen. Want wat wij vooral onthouden hebben van onze eigen zwemlessen van vroeger was vooral stress en angst.

 

Een zwemles staat bol van de prikkels. De akoestiek in een zwembad is een ramp en daar valt vaak weinig aan te doen.  Waar wel op kunnen letten, is op de manier waarop wij instructies geven voor een zwemles. Roepen op het einde van de baan, heeft meestal weinig zin. Ze verstaan jou niet goed, ze krijgen stress omdat ze niet weten of het tegen hen is, ze hebben geen idee wat je bedoelt, kortom je raakt zelf gefrustreerd en het levert niets op. Maar wat dan wel? Je kan bijvoorbeeld op voorhand, voor je in het zwembad bent, al vertellen wat jullie die les zullen doen. Je kan werken met instructiekaarten, je kan voordoen wat de opdracht is, je kan persoonlijk bijsturen wanneer ze even uit het water stappen.  Werken met visuele ondersteuning en vaste afspraken over het gebruik van materiaal, zijn voor iedereen een enorme verrijking. Er is geen geschreeuw, veel minder gedoe, alles is duidelijk, én er is ruimte op te focussen op wat er écht toe doet!

 

De structuur en organisatie van de zwemles kan een gigantische impact maken op de beleving voor leerling en leerkracht.

 

Naast de geluiden, zijn er nog heel wat andere prikkels aanwezig bij een zwemles. Denk aan de geuren, natte haren, drukte in de kleedkamers, warmte bij het omkleden, koude in het water of zwembad zelf, …

 

Omkleden is vaak stress voor leerlingen en leerkrachten. Door beperkte tijd, beperkte ruimte, vermoeidheid na het zwemmen, drukte, andere prikkels, de vaardigheden om om te kleden, …Wanneer we het over het omkleden hebben is het, onvermijdelijk om even stil te staan bij het lichaamsbeeld en vertrouwen van kinderen om zich in groep om te kleden en in badkledij tussen anderen te vertoeven. Ook dit is een belangrijke pijler, waar voldoende tijd en ruimte voor voorzien mag worden, zodat iedereen zich veilig kan voelen en plezier kan beleven. We lazen net dat het basisgevoel van zwemmen positief mag zijn. Dat je zin mag hebben om te gaan zwemmen. De eindtermen van het Katholiek onderwijs hebben niets voor niets de naam ZILL, gekregen. Zin in Leven Zin in leren, dus ook zin in zwemmen. 

 

We staan ook graag even stil bij de organisatie van een zwemles. Heel wat scholen, organiseren wekelijks of tweewekelijks een zwemactiviteit. Het zwemmen zelf, duurt vaak maar een uurtje of met geluk 50 minuten. Wanneer de leerlingen uit het zwembad komen, staat de volgende school al te wachten om in het water te springen. De leerlingen moeten zich snel omkleden, want naast de bus, staat ook de volgende school al ongeduldig te wachten om zich om te kleden. De stress is zowel bij de leerkrachten als bij de leerlingen goed te voelen. 

 

Hoe fijn zou het zijn, als we dat zouden kunnen verlagen of zelf elimineren? 

 

Hoe dan? 

 

Misschien door zwemmen in blok te organiseren? Dat we een hele namiddag uittrekken, één keer per maand, om te gaan zwemmen? Zodat er tijd en ruimte is om bijvoorbeeld ook aandacht te schenken aan de vaardigheden van het omkleden? 

 

Zoals we in het begin al kort schetsten, gaat het bij een zwemles om meer vaardighedenen omstandigheden, dan alleen het zwemmen zelf. Bij het maken van de zwemzak en bij het omkleden zelf, wordt er heel wat beroep gedaan op onze executieve vaardigheden. Wanneer we  tijdens een zwemles tijd kunnen maken om hier effectief mee aan de slag te gaan, levert ons dit nadien op verschillende andere vlakken ook veel op! Wat bedoelen we dan precies? Wel, dat we samen met de ouders leren hoe ze  een zwemzak best inladen. Dat we hen leren hoe we ons kleding leggen, om nadien op een efficiënte en praktische manier af te drogen en de kleding opnieuw aan te doen. Eerst door een concept te maken en duidelijk de stapjes aan te geven, daarna door supervisie en nog wat later via hulpkaarten of gewoon helemaal zelfstandig. Gedaan met overgebleven sokken of onderbroeken of kletsnatte haren!

 

Daarnaast zorgen we er ook voor dat er minder abrupte overgangsmomenten zijn. Voor veel kinderen is het niet evident om na een zwemles, terug actief deel te nemen aan een rekenles. Vaak werd ook de speeltijd gemist, of wordt er op een ander moment de koek of boterhammen opgegeten.  De vaste structuur wordt onderbroken en dit vergt extra energie. 

 

Na het zwemmen zijn kinderen vaak écht moe en hebben ze honger. Vaak hebben we door onze strakke planning, onvoldoende tijd om met deze behoeften effectief rekening mee te houden. 

 

Tot slot keren we nog graag even terug naar het zwemmen zelf.

 

Om tot zwemmen te kunnen komen, zijn er heel wat motorische vaardigheden nodig. Ook in de eindtermen en leerlijn werd hier aandacht aan besteed. 

 

Zo is er als eerste evenwicht nodig. Hier waren we blij verrast over, dat dit ook effectief vermeld werd. Vanuit de reflextheorie, wordt evenwicht gezien als een belangrijke indicator,  om te zien of de reflexen al geïntegreerd zijn. 

 

Belangrijke vraag hierbij is, wat gaan we doen als we merken dat het evenwicht nog niet goed is? 

 

Want niet alleen tijdens het lezen, schrijven of stilzitten, zitten er reflexen in de weg. Ook bij het zwemmen komen ze de boel verstoren. Denk maar even aan de STNR die we vorige blog (en podcast) uitgebreid bespraken. Wanneer het hoofd naar boven gaat, zakken de benen naar beneden, kunnen ze niet drijven en wordt ook een juiste zwemslag onmogelijk. Ook tijdens de zwemles is er dus kennis nodig van de motorische ontwikkeling bij kinderen, om gericht te kunnen gaan differentiëren en iedereen de kans te geven om te ontwikkelen. 

 

Ten tweede, wordt er aangegeven dat ze de verschillende lichaamsdelen gecoördineerd moeten kunnen bewegen én zich moeten leren verplaatsen in het water. Net daarom is er dus eerst differentiatie nodig, om met de verschillende noden rekening te houden en later effectief tot zwemmen te kunnen komen. 

 

Veel stof om over na te denken dus… 

 

Maar we helpen je graag het handje met ons ‘zwemrapport’.

Met deze download willen we jullie uitnodigen om eens met een frisse blik te kijken naar de zwemlessen op school. 

Wat willen jullie graag meegeven? 

Wordt die doelstellingen op dit moment ingelost? 

Wat is er nog meer mogelijk, dat je nu nog niet kan zien? 

 

De download bij deze podcast krijg je toegestuurd nadat je je gegevens hebt ingevuld op www.teachmore.be/podcast17

Veel plezier ermee!

Tot de volgende keer met een nieuwe prangende vraag!

PS Blijf jij al op de hoogte van onze laatste nieuwtjes via Facebook en Instagram

Toch zin om de podcast volledig te beluisteren, dat doe je via de onderstaande knop.