• +32 474 82 34 35

30 okt

In dit tweede seizoen nemen wij jullie mee in de dagelijkse uitdagingen van kinderen en hun begeleiders. 

We komen terug bij de fundamenten die nodig zijn om verder te ontwikkelen, om vaardigheden uit te bouwen en met gemak te functioneren in het dagelijks leven. 

In dit tweede seizoen nemen we elke aflevering één prangende vraag uit het onderwijsveld onder de loep. Samen met jullie gaan we terug naar de kern en inspireren we jullie met praktische en concrete tips. 

In deze aflevering: ‘Waarom luisteren zo moeilijk is…?’

Vind je het fijner om te luisteren in plaats van te lezen? 

Goed nieuws! Vanaf nu kan je onze podcast ‘Teach More- De onderwijspodcast’,  via jouw favoriete platform beluisteren!

  • Toch liever lezen? 

 

Voor jou zetten we de belangrijkste aspecten op een rijtje, in deze blog.

 

Voor we ons kunnen verdiepen in mogelijke antwoorden op deze vraag, is het belangrijk om eerst eens stil te staan bij wat luisteren precies is. 

 

Wanneer we bij onszelf gaan kijken wat we zien of benoemen als luisteren, gaan we ten rade bij onze eigen ervaringen. Wanneer we workshops en trainingen geven aan jullie, leerkrachten en therapeuten, merken we bepaald gedrag waarbij wij het gevoel hebben dat er niet geluisterd wordt.En dat laatste is misschien wel een eerste belangrijk iets.Het gevoel hebben dat… Want zeker weten, doen we niet. 

 

Sommige leerkrachten hebben bijvoorbeeld graag dat er oogcontact wordt gemaakt wanneer je luistert, terwijl sommige kinderen juist niet kunnen luisteren als er oogcontact dient gemaakt te worden. En omgekeerd ook. Anderen lijken misschien heel aandachtig te luisteren, omdat ze je aankijken. Terwijl ze in werkelijkheid ergens anders zijn met hun gedachten en de info er het ene oor inkomt en het andere oor weer uitgaat. Met andere woorden, in praktijk komt er niets binnen en blijft er dus niets hangen. 

 

Zelf vinden we het niet zo belangrijk dat mensen ons aankijken, wanneer we vertellen. Opschrijven of droedelen (figuurtjes tekenen op papier) kan voor velen zorgen dat ze net geconcentreerd kunnen luisteren.  Wel vinden we het storend (en interpreteren we het als niet luisteren) wanneer er een GSM wordt boven gehaald. Het leidt ons dan af en geeft ons het gevoel dat er niet meer geluisterd wordt.  Wanneer er een tweede taak bijkomt die ook aandacht vraagt, ervaren wij dat er niet meer of minder goed geluisterd wordt. 

 

Ten tweede merken we ook wanneer we lesgeven, dat je soms in hun blik merkt dat er iets klikt. Dat er geluisterd wordt en de informatie aankomt. Mensen die knikken, een bijvraag stellen of een eigen voorbeeld willen aftoetsen, geven naar ons gevoel aan dat ze luisteren. 

 

We merken ook dat wanneer je net een uitleg hebt gegeven en daarna deze wil toepassen in een oefening (of omgekeerd), je soms aan hun blik en houding kan merken dat ze nog bezig zijn met het verwerken van de vorige info. Wanneer we verder zouden gaan met onze uitleg, merken we dat ze afhaken en niet meer luisteren. Even wachten en dus tijd geven om alles een plek te geven en te begrijpen, is dan belangrijk. 

 

Toen we al deze voorbeelden uitspraken, merkten we op dat het allemaal voorbeelden zijn van executieve functies… 

 

En als je al vaker onze blog las, weet je dat executieve functies gedurende onze hele schoolloopbaan volop in ontwikkeling zijn en dus nog niet op punt staan. 

 

Laten we ze nog eens op een rijtje zetten, aan de hand van  de voorbeelden die we net zelf gegeven hebben. 

 

Om te kunnen luisteren, moeten we dus als eerste onze aandacht kunnen richten. Het is daarnaast een basisvoorwaarde voor alles wat we willen aanleren. Zonder aandacht wordt er niet geluisterd en ook niet geleerd.

 

Om ervoor te zorgen dat we onze aandacht bij de spreker houden, hebben we impulscontrole nodig. Die zorgt er bijvoorbeeld voor dat we ons niet laten afleiden door eigen gedachten of in de verleiding komen om onze GSM boven te halen en iets anders te doen. 

 

Om de info ook vast te houden en effectief de informatie te verwerken, hebben we ons werkgeheugen nodig. Dit is de reden dat we vaak iets herhalen en dat meervoudige opdrachten vaak nog niet helemaal lukken. 

 

Als laatste is het ook logisch dat het wisselen in activiteit van doen naar luisteren (of omgekeerd) nog lastig is, we doen dan beroep op onze cognitieve flexibiliteit. Opnieuw een basale deelvaardigheid binnen de executieve functies, die nog niet helemaal op punt staat. 

 

De ontwikkeling van de executieve functies, is dus een van de basisvoorwaarden, die we nodig hebben om goed te kunnen  luisteren. 

 

Voor we verder gaan met andere mogelijke oorzaken, willen we je uitnodigen om eens stil te staan bij volgende vraag: 

 

‘ Luister jij zelf goed? ‘

 

Maak jij de tijd om te luisteren naar wat jouw kinderen of leerlingen jou willen vertellen? 

 

Heel vaak betrappen we onszelf erop dat we er niet helemaal bij zijn met onze gedachten, wanneer kinderen ons iets willen vertellen.  We zijn ondertussen de afwasmachine aan het inladen, beantwoorden we nog gauw een mailtje of knippen we figuurtjes uit voor het volgende thema,… en dat maakt dat er eigenlijk geen échte verbinding is. Zonder verbinding wordt er niet echt geluisterd. 

 

Deze quote vinden we zelf een goede om hiervoor in ons achterhoofd te houden:

 

“Luister met aandacht naar wat je kinderen je vertellen, ongeacht wat het is. Want als je niet geïnteresseerd luister naar de kleine dingen, als ze klein zijn. Zullen ze jou geen grote dingen vertellen als ze groot zijn. Voor hen zijn het namelijk altijd al grote dingen geweest.”

(Catherine M. Wallace)

 

Om te luisteren is er dus een wisselwerking en verbinding nodig en ook deze basisvoorwaarde mogen we niet uit het oog verliezen, wanneer we opzoek gaan naar redenen waarom luisteren zo moeilijk is. 

 

Vervolgens willen we het graag ook even hebben over het lateralisatieproces, wanneer we deze vraag tot in de diepte willen onderzoeken. 

 

Misschien begrijp je niet direct wat lateralisatie te maken kan hebben met goed luisteren? 

 

Wel je zal versteld staan. 

 

Vaak denken we bij lateralisatie alleen aan handvoorkeur, maar ook bij onze voeten, ogen en zelf onze oren is er een dominantie.  Of je nu links- of rechtshandig bent, maakt in principe niet echt iets uit. Maar bij ons gehoor zit dit toch net iets anders. Wanneer we het over oorlateralisatie hebben, hebben we graag dat ons rechteroor onze voorkeur wordt. 

 

Alles in ons lichaam wordt gekruist gestuurd. Ons rechteroor dient dominant te zijn, omdat ons taalcentrum links ligt. Dus wanneer we met ons rechteroor auditieve prikkels opvangen, dan nemen ze de kortste weg naar ons taalcentrum en zit er dus zo weinig mogelijk ruis op. 

 

Kinderen bij wie het linkeroor dominant is, hebben vaker meer verwerkingstijd nodig en lijken ook dingen te missen of anders te interpreteren. De auditieve info neemt dan een andere weg, waardoor er onderweg heel wat kan mislopen. 

 

Wanneer we dan even stilstaan bij de klasorganisatie, valt op dat er dat er bij klasopstellingen vaak met groepjes wordt gewerkt. Dit is een heel fijne en waardevolle manier van lesgeven, voor tal van redenen. Alleen is dit bij een instructie niet ideaal. We geven dan frontaal onze instructie, maar kinderen nemen onze auditieve info vaak eerst met hun linkeroor op, waardoor deze een omweg maakt.  Laat daarom de kinderen bij een belangrijke instructie ook even met hun stoel draaien, zodat ze frontaal info kunnen opvangen. 

 

Niet alleen oordominantie is een belangrijk gegeven, maar ook de akoestiek is enorm belangrijke factor om mee in rekening te brengen. Wanneer we een gewone klassikale instructie geven, zitten we ongeveer rond de 70 decibel. Maar die geluidssterkte daalt heel snel, naarmate we verder van de instructie verwijderd zijn. Na twee  meter, schiet er van de 70 dB nog maar 64 dB over. Bij 8 meter, is dit 52 dB en na 12 zelfs nog maar 49 dB. Als je dan weet dat er in een normale klassituatie 60 dB aan omgevingsgeluid is, begrijp je misschien in één keer waarom luisteren zo moeilijk is. 

 

We kunnen aan de akoestiek werken, door gebruik te maken van gordijnen, tapijten, stoffen meubelen of planten, die geluiden voor ons absorberen. 

 

En het wordt nog frapanter. 

 

Vanuit de wetenschappelijke onderzoeken die gebruikt worden binnen de Benaudira gehoorstraining, komen er nog twee belangrijke feiten naar boven. 

 

Ten eerste weten we dat bij een normale ontwikkeling (dat wil dus zeggen dat dit van toepassing is op ALLE kinderen) dat kinderen onder de zes jaar, te grof zijn in hun auditieve selectie. Dit wil zeggen dat ze ons écht niet horen, wanneer ze met iets anders bezig zijn. Als ze TV kijken, horen ze alleen de TV. Als ze spelen, zitten ze helemaal in hun spel. Ze doen dus niet alsof, hun gehoor doet deze groffe selectie zelf. 

 

Ten tweede vindt er voor kinderen tussen de zes en twaalf jaar een nieuwe verschuiving plaats. Al deze kinderen zijn net overgevoelig op vlak van auditieve prikkels. Alle auditieve info komt even sterk binnen. Hun auditieve selectie is dus te fijn. Dus zowel omgevingsgeluiden als de stem van de leerkracht komen even sterk binnen en daardoor is het heel erg vermoeiend en verwarrend. Je kan het vergelijken met iemand die voor het eerst een hoorapparaat heeft. Zij geven vaak aan dat ze gek worden, omdat ze alle geluiden even sterk horen. Vaak zetten ze hun apparaat uit, na een vermoeiende dag. Dit is ook letterlijk wat wij kinderen soms zien doen, gewoon even uitloggen om zichzelf rust te geven. 

 

Als deze info over ons gehoor breder bekend zou zijn, zou er van bovenaf ook veel meer rekening mee worden gehouden, bij de bouw en inrichting van onze schoolgebouwen en klaslokalen bijvoorbeeld. 

 

Nu hebben we het alleen nog maar gehad over geluiden in onze klas, maar denk ook eens aan de speeltijden, de refter, de turnzaal of spelen onder het afdak bij regen. Onze oren krijgen het dan nog harder te verduren. Je kan je dus de vraag stellen of de pauze dan nog wel echt een pauze is. En of we deze niet mogen herdefiniëren. 

 

Ook de impact op jullie, leerkrachten, mogen we niet zomaar overslaan. Want jullie, en zeker kleuterleerkrachten, worden veel te vaak blootgesteld aan te luide decibels. De eerste gehoorstonen die wegvallen bij gehoorschade zijn de hoge tonen. We merken dat heel wat kleuterjuffen, de hoge tonen vaak niet meer allemaal horen. Daardoor kost het nog meer energie om te luisteren en dit is supervermoeiend. 

 

Als laatste willen we ook nog meegeven dat de verschuivingen in  onze huidige maatschappij ook invloed hebben, op de manier waarop we luisteren. Alles is meer vluchtiger geworden, meer mensen zijn (blijven) beelddenker, we werken meer met filmpjes,… waardoor talige instructie minder aandacht krijgt. We denken vaak dat we zullen zien wat we moeten doen en ervaren luisteren als tijdsverspilling. 

 

Moeten we eigenlijk wel zoveel uitleg geven of kan het ook anders? Dat mag je voor jezelf eens kritisch onderzoeken.

 

Wanneer we deze blog even samenvatten, zijn er aantal tips of aandachtspunten die we kunnen meenemen in onze eigen werking: 

 

  • de inrichting van onze klas (stof, planten, kussens, gordijnen, … absorberen geluiden)
  • verwerkingstijd geven
  • bewust zijn van waar en hoe we onze instructie geven
  • kritische blik op pauzes en ‘leuke’ momenten (turnen, refter, speeltijd,…)
  • ga zelf ook echt in verbinding, wanneer je graag hebt dat er geluisterd wordt

Bij deze blog hoort ook een download. Deze keer is het een korte maar krachtige checklist om eens te onderzoeken hoe het in jouw werking is gesteld. 

Ga er zeker mee aan de slag en onderzoek wat er nog meer mogelijk is, dan je nu al ziet!

Succes!!

PS… We hebben maar één mond en twee oren. Het is dus de bedoeling dat we meer luisteren dan praten 😉

 

De download bij deze podcast krijg je toegestuurd nadat je je gegevens hebt ingevuld op www.teachmore.be/podcast15

Veel plezier ermee!

Tot de volgende keer met een nieuwe prangende vraag!

PS Blijf jij al op de hoogte van onze laatste nieuwtjes via Facebook en Instagram

Toch zin om de podcast volledig te beluisteren, dat doe je via de onderstaande knop.